Jouw partner voor STEM in het secundair onderwijs

Wim Dehaene

Expertise

Stel jezelf even voor.

Ik ben Wim Dehaene, professor in Electrical Engineering binnen ESAT (KU Leuven). Professioneel ben ik in hart en nieren een ingenieur. Mijn onderzoeksdomein is de micro-elektronica, vooral digital chipontwerp, laag vermogen in biomedische chips (in mensentaal: ervoor zorgen dat de batterijen van uw oorapparaat langer meegaan), enz. Daar hoort ook de begeleiding van doctoraatstudenten bij, wat ik heel graag doe. Het enige waar ik allergisch aan ben, is inertie. En mijn doctoraatstudenten zullen bevestigen dat mijn stijl erg “ingenieur” is: problemen moeten opgelost worden. Wetenchappelijk onderbouw is essentiel, oplossingen zijn nog belangrijker. 

Ik heb altijd interesse voor en plezier in onderwijs gehad. Ik ben daar ook altijd actief in geweest. Behalve dan tijdens een kort intermezzo in de industrie, hoewel ik daar heb gemerkt dat probleemoplossend denken, mag ik dan ingenieursdenken noemen, een aspect is dat binnen het onderwijs niet vroeg genoeg aan bod kan komen. En zo ben ik met kleine projecten begonnen, zoals de LEGO-treinen, IR13, waarin jongeren kennis maken met de E van engineering. En van kleine projecten zijn er grotere projecten gekomen, omdat de E onmogelijk aan bod kan komen zonder S, T of M. En toen is het uit de hand gelopen met het SBO-project STEM@School (een onderzoeksproject met 6 PhD’s) en nu dan de coördinatie van de cel ISTEM Inkleuren.

Daarbovenop ben ik nog afdelingshoofd van onze onderzoeksgroep MICAS, al is het leiderschap voor mij nooit een doel, maar wel een middel om iets te bereiken. 

Ik heb inderdaad veel passies. En het moeilijke van te moeten kiezen is niet om te beslissen wat je gaat doen, maar wel om te beslissen wat je niet gaat doen… 

Hoe ervaar je het om mee in het team van iSTEM te zitten?

Dat is gewoon geweldig! Het zijn mensen die weten waarover het gaat, die overtuigd zijn en die er helemaal voor gaan.

We zijn nu al een aantal jaren bezig als groep en de voorbije jaren hanteerde ik vooral de strategie van “governance by absence”. En dat was ook nodig om het weefsel tussen de verschillende partners te laten groeien en vorm krijgen. Dat is niet houdbaar op langere termijn, omdat we verder willen groeien en rekening moeten houden met KPI’s. In de toekomst zal ik dus iets directiever te werk gaan en de iniatieven meer stroomlijnen. En daarbij heb ik maar één criterium: de leerkracht in de klas moet ermee gebaat zijn. 

Het STEM-onderwijs moet de plaats krijgen die het verdient. En dat is een kwestie van middelen, helaas. De jaarlijkse verlengingen hebben nu lang genoeg geduurd, daar kruipt teveel energie in, we verliezen goede krachten die vertrekken en het legt een hypotheek op de werking op lange termijn. De tijd is nu rijp om echt voor een langere periode te gaan, vooral omdat we nu de nodige expertise op punt hebben gesteld binnen de cel. Aan het beleid om te beslissen of het strategisch belangrijk is of niet.

Waar zitten jouw ambities binnen iSTEM?

Mijn ambitie is vooral enabling: wat er is binnen de cel mag groeien en breder insijpelen in het basis- en secundair onderwijs. Het is een kwestie van S, T, E, M én STEM! En dat moet ook maatschappelijk verankerd worden. Binnen het onderwijs mag de lat hoger. Dat zie ik o.a. aan de instroom in onze ingenieursopleidingen: daar ontbreekt de voeling met de T en de kennis van M stijgt zeker niet. We horen dat ook bij de bedrijven want die kreunen! En dat moet binnen het onderwijs opgevangen worden, dat lukt niet para- of extrascholair. Dus ja, we gaan ervoor!